Sprookje: de prinses wil trouwen: 2 broers krijgen een paard en mogen naar de prinses. De één kan supergoed rekenen en de andere kan vele talen spreken. De derde houdt van de natuur en maakt graag mopjes maar zijn papa vindt hem dom en hij mag niet gaan. Slimme Hans gaat op een witte bok en onderweg vindt hij een vogel, klomp en modder. Hij kan mopjes maken bij de prinses en mag er mee trouwen.
Stappen op klompen.Praatgraag kent veel letters.een helm makenDe juiste weg vinden en zorgen dat je de vogel, de klomp en de modder mee hebt.Open vragen stellen bij een verhaal. Wie, wat, waar, is er een probleem?; is er een oplossing? Vond je het mooi?Aan het rad draaien en kijken waarop je een antwoord moet geven.
Een kasteel bouwen met de kratten volgens plan. De kleuters krijgen de kratten, 1 plank en 2 kegels. Ze lezen het plan en werken samen om tot het gewenste resultaat te komen. Daarvoor moeten ze tellen en overleggen en vanuit een plan driemensionaal gaan werken. Het is een speelmoetje: dan geven ze ook aan of ze het leuk vonden of niet.
Speelzand: ik vond een soort kinetisch zand van het merk goliath in de berging. We keken even op bol.com wat je er allemaal mee kon doen. Dat leek veelbelovend en aantrekkelijk. Toen begonnen we er zelf mee te spelen. Onze filmpjes waren net iets anders, ahum, heel anders. Niettegenstaande hebben de kleuters er heel graag mee gespeeld maar het was wel een beetje een vuil boeltje. Zo waren we ook een beetje mediawijzer: die filmpjes die ze tonen zijn niet altijd eerlijk en betrouwbaar.
Kastelen: we gaan even in Sint-Baafs-Vijve op zoek of we daar een kasteel vinden. Zo leren we ons veilig verplaatsen in het verkeer. De helper mocht met de ipad een foto nemen van het kasteel. Verder proberen we op alle manieren kastelen te bouwen. Ook onze klas veranderde in een kasteel: een heel werk want met speciale zaagjes moesten we door het karton zagen en we moesten ook de stenen in verband stempelen.
Spelletje waarbij de ridder bij de prinses moet raken. 1 iemand houdt in beide handen 4 of geen, 3 of 1, 2 of 2 steentjes achter de rug. De spelers mogen om beurt een hand kiezen. En dan evenveel stappen zetten: zo leren de kleuters aantallen op zicht herkennen.
Poppenkast: omdat het ook MOS week was, was ook de tuin van de prinses heel vervuild. Iemand kwam altijd afval gooien. Gelukkig had Slimme Hans het idee om van een lege fles een spook te maken. Dat rommelspook zei dat de vervuiler alles in de vuilbak moest doen. De kleuters spelen achteraf ook met de poppen.
Valentijn: de prinses wil trouwen. In een ander verhaal is iemand die gewoon een briefje schreef met ‘Ik vind je lief!’ de ware. Wij schrijven ook kaartjes naar elkaar. Daarop leren ze symbooltjes en namen tekenen. Elke dag deel ik de post uit. We maken ook hartjes.
We doen spelletjes om ons te leren beheersen. Met een ander woord spreken wij over impulscontrole. 1 kleuters stapt verkleed rond met een helm en klompen en mag voor een andere kleuter gek doen: die mag niet lachen en moet zich dus beheersen.
Fladderfoto’s
Matrix: er zijn veel jarigen binnenkort: ze mogen elk 2 dingen kiezen. Ik maakte er een matrix van en de kleuters kunnen die lezen.
Schooltje spelen: alle ridders staan in een lange rij voor de prinses. We leren de rangtelwoorden. Eerst staan we zelf al veel in de rij en verwoorden we onze eigen plaats, dan ook met poppetjes. We leren de rangtelwoorden maar om de juiste plaats in de rij te kunnen zien, moet je eigenlijk allemaal vanuit hetzelfde gezichtspunt kijken. Vandaar dat we schooltje spelen en we leren de eerste, tweede, middelste of derde, de vierde of voorlaatste en de vijfde of laatste in de rij. Daarna mochten ze zelf schooltje spelen.